Auteur(s): Dr. M.J. Verkroost Organisatie(s): TU-Delft, Sectie EduTec

Een overzicht van de vraagvormen die gebruikt kunnen worden in geautomatiseerde toetssystemen.

Voorbeeld uit de praktijk

Geen praktijkvoorbeeld beschikbaar. Bijdragen zijn welkom.

Doel

Het doel van dit IDEE is docenten een overzicht te bieden van de vraagvormen die mogelijk zijn bij het geautomatiseerd toetsen.

Wanneer te gebruiken

Als docenten besloten hebben om of overwegen om geautomatiseerd te gaan toetsen en inzicht willen hebben in de vraagvormen die dan mogelijk zijn.

Aandachtspunten bij de uitvoering

Hieronder worden verschillende vraagvormen besproken. In de bijlagen vindt u concrete voorbeelden van deze vraagvormen.

Meerkeuzevraag (1 uit m)
Een 1 uit m meerkeuzevraag bestaat uit een stam en meestal vier alternatieven. Eén alternatief kan door de student worden aangevinkt. De stam bestaat meestal uit een directe vraag of een niet afgemaakte zin. Soms worden in de stam ook 2 stellingen geponeerd met juist/onjuist combinaties als alternatieven.

Meerkeuzevraag (n uit m)
Dit zijn meerkeuzevragen waarbij de student 2 of meer antwoorden kan aanvinken. Studenten moeten er wel op worden gewezen dat er meer antwoorden goed kunnen zijn. Meerkeuzevragen, zowel 1 uit m als n uit m zijn bij uitstek geschikt om het onderscheidingsvermogen van studenten te toetsen. Bijvoorbeeld het kiezen van geschikte instrumenten voor een bepaalde meting. Classificeren, rubriceren, ordenen, herkennen en benoemen zijn vormen van onderscheiden. Het kan hierbij gaan om zowel kennis, begrip als toepassing. U kunt n uit m vragen het beste formuleren in de trant van: Welke van
– is/zijn van belang voor, bruikbaar voor, van toepassing op?

Ja/nee, waar/onwaar of juist/onjuist vragen
Juist/onjuist vragen zijn gemakkelijker te formuleren dan meerkeuzevragen, omdat de alternatieven niet hoeven te worden geconstrueerd. Een misverstand is dat met juist/onjuist vragen alleen maar feitenkennis getoetst kan worden, ook begrips- en toepassingsvragen zijn heel goed mogelijk. Een juist/onjuist vraag is net als een meerkeuze vraag heel geschikt om het onderscheidingsvermogen van studenten te toetsen. De student krijgt een vraag, stelling of bewering voorgelegd en moet vervolgens de vraag beantwoorden met ja of nee, van de bewering aangeven of deze waar of onwaar is en van de stelling of deze juist of onjuist is. Belangrijk is dat de vraag of stelling onbetwistbaar goed of fout is. Nadeel van een juist/onjuist vraag is de hoge raadkans (50%). Dit kan ondervangen worden door veel vragen aan te bieden, geadviseerd wordt minimaal 80 vragen. Een juist/onjuist vraag ziet er als volgt uit:

  • Context (eventueel)
  • Vraag/Bewering/stelling
  • ja/waar/juist
  • nee/niet waar/onjuist

Open numerieke vragen

Bij een open vraag moet de student zelf het antwoord formuleren. In geval van de open numerieke vraag bestaat het antwoord uit een geheel getal of een getal met een drijvende komma (al dan niet in E-formaat). Dit type vragen komt veel voor in het technische onderwijs.Vaak begint een open numerieke vraag met een casus of gevalsbeschrijving, waarover √©√©n of meer vragen worden gesteld. De student wordt uitgenodigd tot het oplossen van het ‘probleem’ door een aantal berekeningen uit te voeren. De opgave bestaat vaak uit een aantal deelvragen en meestal moeten deelresultaten verderop in de opgave weer worden gebruikt. Bij de open numerieke vraag kunt u gebruik maken van variabelen. De variabelen kunt u opnemen in de opgavetekst. Bij afname wordt er op de plaats van de variabele een willekeurig getal neergezet, waarmee de student moet rekenen, bijvoorbeeld h = 10 km.

Kort-antwoord vraag of invulvraag

De kort-antwoord vraag is een vraag waarbij het antwoord bestaat uit één of twee woorden, die de student zelf moet bedenken. De kort-antwoord vraag is dus een open vraag, waarbij de lengte van het antwoord dat de student moet geven is gelimiteerd tot maximaal twee woorden. Kort-antwoord vragen kunnen op verschillende manieren worden geformuleerd:

  1. Als een volledige zin met een vraagteken op het eind.
  2. Als een uitspraak die de student met één of twee woorden moet aanvullen (aanvulvraag).
  3. Als uitspraak of stelling waaruit één of twee sleutelwoorden zijn weggelaten, die de student moet invullen.

Voordeel van de kort-antwoord vraag ten opzichte van een meerkeuze vraag is dat de kans dat de student het juiste antwoord raadt zeer gering is. Een nadeel is dat er bij automatische correctie altijd een kans bestaat dat de student een ander goed antwoord geeft, waar bij het opstellen van de vraag geen rekening mee is gehouden. Ook kunnen spelfouten, ondanks de mogelijkheid tot instellen van foutenmarges, er soms toe leiden dat een antwoord dat eigenlijk goed is toch fout wordt gerekend.

Hotspot vraag
De hotspot vraag wordt ook wel een aanwijsvraag genoemd. Het gaat erom dat de student in staat is op een afbeelding een bepaald onderdeel aan te wijzen, bijvoorbeeld op een landkaart een bepaald land, of op een afbeelding van het menselijk skelet, een bepaald botje. Een hotspot betekent letterlijk een ‘gevoelig gebied’. De student geeft zijn antwoord door met de muis op de afbeelding te klikken, als de student binnen het ‘gevoelige gebied’ klikt is het antwoord goed, klikt de student buiten het ‘gevoelige gebied’ dan is het antwoord fout. Het is ook mogelijk een aantal hotspots op een afbeelding aan te brengen, waarbij de student de verschillende onderdelen van de afbeelding in een bepaalde volgorde moet aanwijzen. Uiteraard zijn de hotspots voor studenten onzichtbaar.

Matching vraag
Bij een matching vraag moet de student steeds twee zaken met elkaar combineren. Bijvoorbeeld aan de linkerkant staat een rijtje met namen van landen en aan de rechterkant staat een rijtje met hoofdsteden. De student moet dan aangeven welk land bij welke hoofdstad hoort.

Achtergrondinformatie

Binnen de TU-Delft is een geautomatiseerd toetssysteem ontwikkeld, Etude genaamd: http://www.icto.tudelft.nl/icto-support/etude-online-toetssysteem/.
De voorbeelden zoals hiervoor genoemd zijn uit Etude afkomstig, in andere toetsystemen zijn deze vraagvormen ook mogelijk, maar dit verschilt per systeem. Het voorbeeld van de matching vraag is afkomstig uit Blackboard, Etude heeft dit vraagtype niet.

Ontleend aan

Dopper, S. (2002). Online toetsen met Etude. Onderwijskundige handleiding bij versie 2.2. Delft: TU-Delft, Sectie EduTec.

Geplaatst op 20-05-2002 in Online toetsen door adminComments Off on Vraagvormen voor geautomatiseerde toetsen

Reageren is niet mogelijk.