Auteur(s): Annemiek Wieland Organisatie(s): Risbo, Erasmus Universiteit Rotterdam

Dit IDEE reikt de docent ideeƫn en tips aan voor het opzetten en vormgeven van online discussies voor vakken met weinig studenten.

Voorbeeld uit de praktijk

Aan het vak De Stad (faculteit der Historische en Kunstwetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam) nemen ca. 30 studenten deel. Tijdens het vak worden zij onder meer gevraagd elektronisch te discussieren over onderwerpen als ‘Urban socialism’, ‘Immigratie en integratie’, en ‘Verstedelijking van Nederland’. De discussies lopen goed: veel studenten geven niet alleen hun mening over het onderwerp, maar reageren ook op elkaars mening. Op die manier denken ze actief na over de leerstof en leren ze tevens hun mening te verwoorden en te beargumenteren.

Doel

De docent ideeƫn en tips aanreiken voor het opzetten en vormgeven van een online discussieopdracht.

Wanneer te gebruiken

  • Wanneer je de mate van interactiviteit binnen je vak wilt verhogen.
  • Wanneer je studenten wilt stimuleren tot het actief verwerken van de leerstof.
  • Wanneer je studenten vaardigheden wilt laten verwerven op het gebied van meningsvorming en argumentatie.

Aandachtspunten bij de voorbereiding

1. Bepaal het doel van de discussie

De discussie kan bijv. tot doel hebben studenten vaardigheden te laten verwerven op het gebied van meningsvorming en argumentatie. Een ander doel kan zijn dat studenten inzicht en begrip opdoen door de interpretatie die medestudenten van een bepaald onderwerp hebben te reflecteren op de eigen interpretatie.

2. Formuleer een stelling

Een goede stelling:

  • sluit aan bij de interesse van studenten en/ of bij actuele onderwerpen;
  • sluit aan bij het taalniveau van studenten;
  • gaat over een onderwerp dat goed afgeperkt is;
  • probeert studenten te overtuigen, hun mening te veranderen of spoort hen tot actie aan;
  • adresseert een probleem waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat of stelt een vraag waar geen absoluut antwoord op te geven valt;
  • presenteert een mening waar studenten het radicaal mee oneens kunnen zijn.

3. Bedenk maatregelen om actieve participatie in de discussie te stimuleren

Overweeg of beloningen of sancties nodig zijn. Beloningen of sancties worden bepaald aan de hand van het al dan niet voldoen aan de eerder opgestelde kwalitatieve of kwantitatieve criteria. Houdt er rekening mee dat dit je bij veel bijdragen aan de discussie veel tijd zal kosten. Weeg zorgvuldig af of die inspanning wel opweegt tegen het effect daarvan.

Voorbeelden van beloningen bij actieve participatie:– vrijstelling voor bepaald onderdeel;- bonuspunt op tentamen/eindcijfer;- (deel)cijfer.
Voorbeelden van sancties bij non-participatie:– extra opdracht(bijvoorbeeld de discussie samenvatten);- een laag (deel)cijfer.

4. Beslis hoeveel bijdragen iedere student aan de discussie moet leveren

Het is zinvol studenten te verplichten niet alleen op de stelling te reageren, maar ook op elkaar. Op die manier voorkom je dat de discussie in de eerste week doodbloedt en dwing je de studenten ook dieper na te denken over de meningen en argumenten van medestudenten, waardoor ze op een hoger begripsniveau komen. De docent kan de studenten zelf laten kiezen op wie ze reageren, maar kunnen het reageren ook geheel organiseren (bijv. student 1 reageert op student 2 of voorstanders van de stelling reageren op tegenstanders en andersom, enz.).

5. Bepaal de deadlines waarop de bijdragen op het discussieplatform geplaatst moeten zijn

Omdat studenten enkel kunnen reageren op bijdragen van hun medestudenten wanneer deze bijdragen ook daadwerkelijk op het discussieplatform staan, is het noodzakelijk strakke deadlines te stellen waarop deze bijdragen ingeleverd moeten zijn. Het stellen van deadlines is tevens een methode die ervoor zorgt dat studenten betrokken blijven bij het vak en dat de discussie actief blijft gedurende een door de docent gewenste periode. Een voorbeeld van deadlines, waarbij uitgegaan wordt van periodes van Ć©Ć©n week, is als volgt:

  • De docent plaatst aan het begin van de week een stelling op het discussieplatform
  • Iedere student reageert binnen vijf dagen hierop
  • Vervolgens reageert iedere student binnen vijf dagen op de bijdragen van twee andere studenten
  • Tenslotte reageert iedere student binnen drie dagen op de twee reacties die ze heeft ontvangen op haar eerste bijdrage.

6. Beslis over de mate waarin en de manier waarop je als docent intervenieert in de discussie

Het is raadzaam voor de start van de discussie na te denken of je als docent zelf ook bijdragen levert aan de discussie (inhoudelijke interventie), en/ of je organisatorisch ingrijpt (procesmatige interventie) en hoe vaak je dat zult doen (dagelijks, wekelijks, maandelijks…). Het is noodzakelijk dat studenten hierover ook geƃĀÆnformeerd worden. Wanneer je als docent namelijk zelf niet participeert in de discussie zonder dat de studenten dit vanaf de start van de discussie weten, kunnen de studenten gaan denken dat de discussie niet belangrijk is, waardoor de motivatie van de studenten om actief te participeren in de discussie kan afnemen.

7. Formuleer criteria voor beloningen/sancties


Voorbeelden van kwalitatieve beoordelingscriteria:

  • de focus van de bijdrage moet liggen op de initi?le stelling;
  • de bijdrage moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn;
  • de bijdrage moet met minimaal 2 argumenten onderbouwd zijn;
  • de bijdrage daagt uit tot reageren;
  • uit de bijdrage moet duidelijk blijken dat relevante literatuur gelezen is, bijvoorbeeld doordat studenten in hun argumentatie refereren aan artikelen.

Voorbeelden van kwantitatieve beoordelingscriteria:

  • de groep moet minimaal 3 bijdragen per collegeweek leveren;
  • de groep moet elke week op de bijdragen van 2 andere groepen reageren;
  • de student moet tijdens het trimester minimaal 10 bijdragen aan de discussie hebben geleverd.
8. Beslis de manier waarop wordt bepaald wie voor een beloning/sanctie in aanmerking komen

Wanneer wordt beoordeeld a.d.h.v. kwalitatieve beoordelingscriteria:

  • Screen de bijdragen aan de discussie op de mate waarin aan de beoordelingscriteria is voldaan.
  • Geef iedere bijdrage die (in grote lijnen) aan de criteria voldoet een plus en ieder bijdrage die niet of nauwelijks aan de criteria voldoet een min.
  • Tel de plusjes die de verschillende bijdragen per student hebben opgeleverd bij elkaar op.
  • Bepaal bij hoeveel punten studenten recht hebben op een beloning.
  • Studenten met minder punten hebben kwalitatief lage bijdragen aan de discussie geleverd en hebben geen recht op de beloning/ krijgen een sanctie opgelegd.
  • Tip: in plaats van iedere bijdrage afzonderlijk te beoordelen kan ook het totaal aan bijdragen worden gescreend en worden beoordeeld met een plus of min.

Wanneer wordt beoordeeld a.d.h.v. kwantitatieve beoordelingscriteria:

  • Tel de individuele bijdragen die studenten hebben geleverd bij elkaar op.
  • Beloon studenten die voldoende bijdragen aan de discussie hebben geleverd en leg studenten die dit niet hebben gedaan een sanctie op.

9. Formuleer de opdrachtomschrijving

Bij het formuleren van de opdrachtinschrijving kun je rekening houden met de volgende vragen:

Relevantie
  • wat is het doel van de discussieopdracht?
  • wat zijn de beloningen/sancties bij actieve participatie/non-participatie in de discussie?
  • participeer je als docent ook in de discussie en zo ja, op welke manier en hoe vaak?

Inhoud
  • aan welke inhoudelijke (kwalitatieve) criteria moeten de bijdragen voldoen?
  • wat is de maximale omvang van de bijdragen (tekst met een omvang
    groter dan
    een beeldscherm is te lang en onprettig om vanaf het beeldscherm te lezen)?
  • welke literatuur kan voor het geven van argumenten eventueel geraadpleegd worden?

Beoordeling
  • hoeveel bijdragen moet iedere student aan de discussie leveren?
  • hoe wordt besloten wie voor beloningen/sancties in aanmerking komt?

Instructies voor het inleveren
  • wanneer moeten de verschillende bijdragen worden ingeleverd (deadlines)?
  • in welk discussieforum zal de discussie plaatsvinden?
  • hoe kunnen de studenten een nieuw bericht aanmaken? Een discussieforum blijft overzichtelijk wanneer studenten een bericht aanmaken via de reply knop. De bijdrage komt op die manier precies onder het bericht te staan waarop gereageerd wordt (boomstructuur).
  • welke naam moet aan de bijdragen (onderwerp van het bericht) worden toegekend?. Een duidelijke en consistente naam (bijv. ‘Mee eens’, ‘Mee oneens’) zorgt er voor dat het helder is waar elk bericht over gaat.

Tips
  • Om ervan verzekerd te zijn dat verschillende invalshoeken en standpunten in de discussie naar voren komen, kun je de studenten verschillende rollen toekennen, bijvoorbeeld de rol van voorstander van de stelling; de rol van tegenstander van de stelling; de rol van criticus die voortdurend kritische vragen stelt of de rol van een bepaald stereotype (bijv. idealist, rationalist).
  • Bij discussies met meer dan 10 studenten is het verstandig de studenten in te delen in groepen van ca. 4 personen. Binnen elke groep vindt overleg plaats over in hoeverre de groep als geheel het eens dan wel oneens is met de stelling/ bijdrage van een medestudent en waarom. Deze mening wordt vervolgens als groepsbijdrage (niet per persoon) op het discussieplatform ingeleverd. Hierdoor reduceert het aantal bijdragen in het forum, waardoor het discussieplatform overzichtelijk blijft. Een andere mogelijkheid is studenten in groepen van 10 personen in te delen die elk in een eigen forum over dezelfde of over een verschillende stelling discussiĆ«ren.

Aandachtspunten bij de uitvoering

  • Open een forum op het discussieplatform en maak een bericht aan waarin je de stelling zet.
  • Zorg er middels bijv. een handleiding of een demonstratie voor dat studenten weten waar het discussieplatform te vinden is, hoe ze de bijdragen van medestudenten kunnen lezen en hoe ze zelf een bijdrage kunnen plaatsen.
  • Plaats de opdrachtomschrijving op een logische plek in de digitale leeromgeving en laat studenten via bijvoorbeeld een announcement of een e-mail weten waar ze de opdracht kunnen vinden en wanneer de (eerste) deadline is.
  • Zorg voor inhoudelijke feedback op de bijdragen door bijv. in de colleges terug te komen op de discussie.
  • Modereer de discussie.
  • Sluit het discussieforum wanneer de laatste deadline is verstreken.

Randvoorwaarden

Er moet een elektronisch discussieplatform voorhanden zijn.

Achtergrondinformatie

– Draaijer, S. (2001). Activerend gebruik van discussielijsten in hoger onderwijs: Leestekst voor cursussen ICT in onderwijs van het ICT Onderwijscentrum van de Vrije Universiteit. Amsterdam: Vrije Universiteit.
– The University of North Carolina at Chapel Hill Center for Instructional Technology. (2001). Guidelines for discussion forum assignments. [Online]. URL: http://its.unc.edu/tl/tli/bb/disforum/guidelines.html.

Zie ook

Hoe modereer je online discussies?
Hoe kun je studenten een online discussie laten modereren?
Hoe kun je studenten voorafgaand aan een college laten reageren op stellingen?
Hoe organiseer je peer review via een discussieforum?
Hoe organiseer je online discussies met veel studenten?

Geplaatst op 10-10-2002 in Online werkvormen door adminComments Off on Online discussies met weinig studenten

Reageren is niet mogelijk.