Auteur(s): Maarten van de Ven Organisatie(s): Risbo

Dit IDEE reikt de docent ideeƫn en tips aan voor het opzetten en vormgeven van online discussies voor vakken met veel studenten. De studenten worden verdeeld in groepen en nemen als groep aan de discussie deel.

Voorbeeld uit de praktijk

Het hier beschreven IDEE beschrijft in grote lijnen een manier van werken die wordt toegepast bij het vak Management van ICT-georiƫnteerde Organisaties, dat aan de TU Delft wordt gegeven. Uit evaluatieonderzoek blijkt dat bijna 90% van de studenten deze elektronische discussies zinvol vindt. Ook bijna 90% vond het nuttig om kennis te maken met de mening van andere groepen. Ongeveer 80% van de studenten vond het nuttig een reactie te geven op de bijdrage van andere groepen.
De digitale leeromgeving van het vak is te vinden op het Internet:

  • Ga met je browser naar: http://blackboard.icto.tudelft.nl/
  • Klik op de knop Preview
  • Klik op het tabblad Courses
  • Vul bij Course Search (linksboven op het scherm) de vakcode in: TB9617
  • Klik op Go
  • Klik op Preview

Het discussion board is echter afgesloten voor externen. Om toch een indruk hiervan te geven hieronder een schermafdruk, gemaakt in het studiejaar 2000/2001.

Doel

De docent ideeƫn en tips aanreiken voor het opzetten en vormgeven van een online discussieopdracht voor een grote groep studenten.

Wanneer te gebruiken

  • Wanneer je de mate van interactiviteit binnen je vak wilt verhogen.
  • Wanneer je studenten wilt stimuleren tot het actief verwerken van de leerstof.
  • Wanneer je studenten vaardigheden wilt laten verwerven op het gebied van meningsvorming en argumentatie.
  • Wanneer er veel studenten aan je vak deelnemen.

Aandachtspunten bij de voorbereiding

1. Bepaal het doel van de discussie

Er zijn verschillende doelen die met een discussie kunnen worden nagestreefd. De discussie kan bijvoorbeeld tot doel hebben studenten vaardigheden te laten verwerven op het gebied van meningsvorming en argumentatie. Een ander doel kan zijn dat studenten inzicht en begrip opdoen door de interpretatie die medestudenten van een bepaald onderwerp hebben te vergelijken met hun eigen interpretatie.

2. Formuleer stellingen

Een goede stelling:

  • sluit aan bij de interesse van studenten en/ of bij actuele onderwerpen;
  • sluit aan bij het taalniveau van studenten;
  • gaat over een onderwerp dat goed afgeperkt is;
  • probeert studenten te overtuigen, hun mening te veranderen of spoort hen tot actie aan;
  • adresseert een probleem waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat of stelt een vraag waar geen absoluut antwoord op te geven valt;
  • presenteert een mening waar studenten het radicaal mee oneens kunnen zijn.
3. Deel de studenten in groepen in.

Deel de studenten in groepen van 4 in. Zet vervolgens maximaal 10 groepen van 4 bij elkaar in dezelfde discussie. Bij bijvoorbeeld 400 studenten heb je dus 10 verschillende discussies nodig.

4. Beslis hoeveel bijdragen iedere groep studenten aan de discussie moet leveren

Je start als docent de discussie door het plaatsen van een stelling op het discussieplatform. Vervolgens vindt de discussie in drie stappen plaats. In de eerste stap dient een groep studenten binnen de eigen groep een reactie voor te bereiden. EĆ©n van de groepsleden zal namens de groep die bijdrage op het discussieforum plaatsen. In de tweede stap geven de groepen binnen drie dagen commentaar op de bijdragen van andere groepen. Ook in deze stap wordt de reactie eerst binnen de groep besproken. De docent kan de groepen zelf laten kiezen op wie ze als groep reageren, maar kan het reageren ook helemaal vooraf organiseren (bijvoorbeeld groep 1 reageert op groepen 2 en 3, groep 2 reageert op groepen 3 en 4, enz). In het laatste geval dient de docent duidelijk aan te geven welke groep op welke bijdrage reageert. In de derde stap reageert een groep op de reacties die ze op haar eerste inbreng heeft ontvangen. Deze reactie wordt eerst in de eigen groep voorbereid en pas daarna in de discussie geplaatst.

5. Bepaal de deadlines waarop de bijdragen op het discussieplatform geplaatst moeten zijn

Omdat de groepen enkel kunnen reageren op bijdragen van de andere groepen wanneer deze bijdragen ook daadwerkelijk op het discussieplatform staan, is het noodzakelijk strakke deadlines te stellen waarop deze bijdragen ingeleverd moeten zijn. Het stellen van deadlines is tevens een methode die ervoor zorgt dat studenten betrokken blijven bij het vak en dat de discussie actief blijft gedurende een door de docent gewenste periode. Een voorbeeld van deadlines, waarbij uitgegaan wordt van periodes van Ć©Ć©n week, is als volgt:

  • De docent plaatst aan het begin van de week een stelling op het discussieplatform
  • Iedere groep reageert binnen twee dagen hierop. Geef exact aan wanneer die reactie binnen moet zijn, bijvoorbeeld dinsdagmiddag om 18.00 uur.
  • Vervolgens reageert iedere groep binnen twee dagen op de bijdragen van twee andere groepen. Maak een schema dat aangeeft welke groep op welke groep reageert.
  • Tenslotte reageert iedere groep binnen drie dagen op de twee reacties die ze heeft ontvangen op haar eerste bijdrage.

Plaats aan het begin van de discussie het tijdschema van de reacties van de groepen en het schema van welke groep op welke groep reageert op het discussieplatform.

Tip

Het overleg binnen een groep van 4 studenten kan online plaatsvinden. De praktijk wijst echter uit dat zo?n groep bij voorkeur fysiek bij elkaar komt. Om te voorkomen dat zo?n groep te vaak bij elkaar moet komen, kan de laatste stap van de ene discussie tegelijkertijd plaatsvinden met de eerste stap van de volgende discussie.

6. Beslis over de mate waarin en de manier waarop je als docent intervenieert in de discussie

Bij grote aantallen studentgroepen ligt het voor de hand om als docent niet deel te nemen aan de discussies. Informeer de studenten hier over, om te voorkomen dat ze gaan denken dat de discussie onbelangrijk is.
Als er slechts tien groepen van 4 studenten deelnemen kun je als docent overwegen om als moderator aan de discussie deel te nemen. Het is dan raadzaam voor de start van de discussie na te denken of je als docent zelf ook inhoudelijke bijdragen levert aan de discussie (inhoudelijke interventie), of je organisatorisch ingrijpt in de discussie (procesmatige interventie) en hoe vaak je dat zult doen (dagelijks, wekelijks, maandelijks…). Het is noodzakelijk dat studenten hierover ook geƃĀÆnformeerd worden.

Tip

Overweeg de mogelijkheid om per groep van 40 studenten Ć©Ć©n van hen de rol van moderator te geven. Of overweeg hiervoor Ć©Ć©n van de AIO’s in te zetten (faculteiten met grote vakken hebben vaak veel AIO’s). Deze studenten of AIO’s moeten hiervoor wel een korte training krijgen. Als je met student-moderatoren werkt zul je ook moeten bedenken welke beloning je die studenten kunt aanbieden.

7. Formuleer kwalitatieve en kwantitatieve criteria voor de bijdragen

Laat de studenten duidelijk weten aan welke criteria hun bijdrage moet voldoen, zowel kwalitatief als kwantitatief.

Voorbeelden van kwalitatieve beoordelingscriteria:

  • de focus van de bijdrage moet liggen op de initiĆ«le stelling;
  • de bijdrage moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn;
  • de bijdrage moet met minimaal 2 argumenten onderbouwd zijn;
  • de bijdrage daagt uit tot reageren;
  • uit de bijdrage moet duidelijk blijken dat relevante literatuur gelezen is, bijvoorbeeld doordat studenten in hun argumentatie refereren aan artikelen.

Voorbeelden van kwantitatieve beoordelingscriteria:

  • de groep moet minimaal 3 bijdragen per collegeweek leveren;
  • de groep moet elke week op de bijdragen van 2 andere groepen reageren;
  • de student moet tijdens het trimester minimaal 10 bijdragen aan de discussie hebben geleverd.
8. Bedenk maatregelen om actieve participatie aan de discussie te stimuleren

Overweeg of beloningen of sancties nodig zijn. Beloningen of sancties worden bepaald aan de hand van het al dan niet voldoen aan de eerder opgestelde kwalitatieve of kwantitatieve criteria. Houdt er rekening mee dat dit je bij een grote groep studenten veel tijd zal kosten. Weeg zorgvuldig af of die inspanning wel opweegt tegen het effect daarvan.
Misschien is een structuur van belonen en sancties opleggen niet nodig. De groepen studenten zijn immers van elkaar afhankelijk, omdat ze op elkaars bijdrage moeten reageren. Dat is een extra stimulans om de gevraagde bijdrage te leveren. Als die achterwege blijft, of als de kwaliteit daarvan ver onder de maat is, zullen de groepen studenten elkaar hierop aanspreken. Omdat ze geen sancties naar elkaar hebben, kan dat tot problemen leiden. Je hebt dan als docent de mogelijkheid om in te grijpen. Je kunt dus besluiten om pas op dat moment over sancties te gaan nadenken.

Voorbeelden van beloningen bij actieve participatie:

  • vrijstelling voor bepaald onderdeel;
  • bonuspunt op tentamen/eindcijfer;
  • (deel)cijfer.

Voorbeelden van sancties:

  • extra opdracht (bijvoorbeeld de discussie samenvatten);
  • een laag (deel)cijfer.
Tip

Bedenk vooraf wat je doet bij onenigheid binnen een groepje van 4. Laat ze het in eerste instantie zelf oplossen en grijp pas in als het echt nodig is.

9. Beslis de manier waarop wordt bepaald welke groepen voor een beloning of een sanctie in aanmerking komen.

Beoordelen of een groep studenten een beloning of een sanctie verdient kun je als volgt doen:

  • Screen de bijdragen van de betreffende groep op de mate waarin aan de beoordelingscriteria is voldaan.
  • Geef iedere bijdrage die (in grote lijnen) aan de kwalitatieve criteria voldoet een plus en ieder bijdrage die niet of nauwelijks aan de criteria voldoet een min.
  • Geef iedere bijdrage die (in grote lijnen) aan de kwantitatieve criteria voldoet een plus en ieder bijdrage die niet of nauwelijks aan de criteria voldoet een min.
  • Tel voor zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve beoordeling de plusjes en minnetjes per groep studenten op.
  • Bepaal bij hoeveel punten groepen studenten recht hebben op een beloning en wanneer zij een sanctie krijgen opgelegd.

Tip

Bedenk van tevoren hoe je om zult gaan met eventueel meeliftersgedrag.

10. Formuleer de opdrachtomschrijving

Bij het formuleren van de opdrachtomschrijving kun je rekening houden met de volgende vragen:

Relevantie

  • wat is het doel van de discussieopdracht?
  • wat zijn de beloningen/sancties bij actieve participatie/non-participatie in de discussie?
  • participeer je als docent ook in de discussie en zo ja, op welke manier en hoe vaak?

Inhoud

  • aan welke inhoudelijke (kwalitatieve) criteria moeten de bijdragen voldoen?
  • wat is de maximale omvang van de bijdragen? (tekst met een omvang van
    groter dan een beeldscherm is te lang en onprettig om vanaf het beeldscherm te lezen)
  • welke literatuur kan voor het geven van argumenten eventueel geraadpleegd worden?

Beoordeling

  • hoeveel bijdragen moet iedere student aan de discussie leveren?
  • hoe wordt besloten wie voor beloningen/sancties in aanmerking komt?

Instructies voor het inleveren

  • wanneer moeten de verschillende bijdragen worden ingeleverd (deadlines)?
  • in welk discussieforum zal de discussie plaatsvinden?
  • hoe kunnen de studenten een nieuw bericht aanmaken? Een discussieforum blijft overzichtelijk wanneer studenten een bericht aanmaken via de reply knop. De bijdrage komt op die manier precies onder het bericht te staan waarop gereageerd wordt (boomstructuur).
  • welke naam moet aan de bijdragen (onderwerp van het bericht) worden toegekend? Een duidelijke en consistente naam (bijv. ‘Mee eens’, ‘Mee oneens’) zorgt er voor dat het helder is waar elk bericht over gaat.

Tips
  • Om ervan verzekerd te zijn dat verschillende invalshoeken en standpunten in de discussie naar voren komen, kun je groepen studenten verschillende rollen toekennen, bijvoorbeeld de rol van voorstander van de stelling; de rol van tegenstander van de stelling; de rol van criticus die voortdurend kritische vragen stelt of de rol van een bepaald stereotype (bijv. idealist, rationalist).
  • Je kunt reflectie stimuleren door studenten aanvullende opdrachten te geven, bijvoorbeeld samenvattingen maken of een reflectie of analyse schrijven op de eigen inbreng. Dit kun je een integraal onderdeel van de opdracht maken, bijvoorbeeld door om beurten een samenvatting te laten maken en anderen hierop aanvullingen laten geven.

Aandachtspunten bij de uitvoering

  • Open voor iedere groep van 40 studenten een forum op het discussieplatform en maak een bericht aan waarin je de stelling zet.
  • Zorg er middels bijv. een handleiding of een demonstratie voor dat studenten weten waar het discussieplatform te vinden is, hoe ze de bijdragen van medestudenten kunnen lezen en hoe ze zelf een bijdrage kunnen plaatsen.
  • Laat de studenten weten in welk groepje van 4 ze zijn ingedeeld, bij welk forum hun groepje is ingedeeld en wanneer de discussie van start gaat.
  • Zorg voor inhoudelijke feedback op de bijdragen door bijvoorbeeld in de colleges terug te komen op de discussie.
  • Sluit het discussieforum wanneer de laatste deadline is verstreken.

Tips
  • Over het online modereren van discussies is een IDEE beschikbaar in de categorie Communiceren –> Online discussie modereren
  • Studenten kunnen zelf ook de discussie modereren. Ook hierover is een IDEE beschikbaar in de categorie Communiceren –>Studenten een online discussie laten modereren.

Randvoorwaarden

Er moet een elektronisch discussieplatform voorhanden zijn.

Achtergrondinformatie

Referenties

  • Draaijer, S. (2001). Activerend gebruik van discussielijsten in hoger onderwijs: Leestekst voor cursussen ICT in onderwijs van het ICT Onderwijscentrum van de Vrije Universiteit. Amsterdam: Vrije Universiteit.
  • The University of North Carolina at Chapel Hill Center for Instructional Technology. (2001). Guidelines for discussion forum assignments. [Online]. URL: http://its.unc.edu/tl/tli/bb/disforum/guidelines.html
  • Berge, Z.L. (1995). Facilitating Computer Conferencing: Recommendations From the Field. Educational Technology, 35(1), 22-30. Ook Online beschikbaar. URL: www.emoderators.com/moderators/teach_online.html

Ontleend aan

Dopper, S.M. Sjoer, E., Dik, W. Lohman, F.A.B. & Ven, M.J.J.M. van de (2002). Sharing a top manager’s experience with the next generation: The use of electronic discussions and short video fragments in teaching. In: Kallenberg, A.J. & Ven, M.J.J.M. van de. The New Educational Benefits of ICT in Higher Education: Proceedings (pp. 171-175). Rotterdam: Erasmus Plus. ISBN: 90-9016127-9

Zie ook

Hoe modereer je online discussies?
Hoe kun je studenten een online discussie laten modereren?
Hoe kun je studenten voorafgaand aan een college laten reageren op stellingen?
Hoe organiseer je peer review met een discussieforum?
Hoe organiseer je online discussies met weinig studenten?

Geplaatst op 11-10-2002 in Online werkvormen door adminComments Off on Online discussies met veel studenten

Reageren is niet mogelijk.