Auteur(s): Geert Stevens, Wouter de Nooy Organisatie(s): Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam

Dit IDEE beschrijft hoe docenten een syllabus met opdrachten/opgaven kunnen omzetten tot een digitaal werkboek met (interactieve) antwoorden waar studenten thuis in kunnen werken.

Voorbeeld uit de praktijk

In het bachelorvak Statistiek dat aan de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen (Erasmus Universiteit Rotterdam) wordt gegeven, leren studenten kritisch de statistische analyse van gegevens in historische en sociaal-wetenschappelijke onderzoeksverslagen te beoordelen en met behulp van SPSS (een computerprogramma voor statistische berekeningen) elementaire statistische analyseprocedures toe te passen en de resultaten te verbaliseren. Sinds 4 jaar hebben studenten de beschikking over een digitaal werkboek, waarin ze de leerstof die in de hoorcolleges wordt behandeld, kunnen oefenen. Het werkboek kunnen ze naar hun eigen computer downloaden, maar ze kunnen er ook online in werken. Het werkboek biedt, niet alleen opgaven, maar ook hints, schematische samenvattingen van de leerstof en tenslotte de antwoorden. Bij enkele opgaven zijn de hints interactief: studenten beantwoorden ja/nee vragen en worden op die manier naar het juiste antwoord toe geleid. Van enkele opgaven zijn geen antwoorden in het werkboek opgenomen. Studenten kunnen deze opgaven facultatief in groepjes van 2 maken en de antwoorden eens in de twee weken inleveren via de e-mail functie op Blackboard. Het tentamen wordt elektronisch afgenomen, waarbij de opgaven en de opzet vergelijkbaar zijn met die uit het werkboek. Om fraude te voorkomen krijgen studenten verschillende tentamens met variaties in vragen en databestanden.De docenten zijn erg tevreden over het werkboek en de werkvorm. De door hen genoemde voordelen zijn: studenten zijn veel actiever met de leerstof bezig; studenten worden gedwongen met SPSS te werken (dit programma wordt in de werkomgeving ook veel gebruikt); studenten krijgen op maat / interactieve antwoorden; hints en tips komen pas te voorschijn op het moment dat de student daar om vraagt; en studenten hoeven geen practicum meer bij te wonen om de leerstof te kunnen oefenen.Een nadeel van deze werkvorm is dat het voor de docenten erg arbeidsintensief is (ongeveer 75 groepjes studenten die elke twee weken feedback moeten krijgen). Uit evaluaties die onder studenten afgenomen zijn, blijkt dat studenten duidelijk positief zijn over het werkboek.




Doel

Aangeven hoe je een syllabus met opdrachten/opgaven kunnen omzetten tot een digitaal werkboek met (interactieve) antwoorden waar studenten thuis in kunnen werken.

Wanneer te gebruiken

  • Wanneer je studenten actiever met de leerstof wilt laten bezig zijn.
  • Wanneer je studenten wilt stimuleren de leerstof bij te houden.
  • Wanneer het voor een goed begrip van de leerstof noodzakelijk is dat studenten opgaven maken.
  • Wanneer je studenten wilt ondersteunen bij het maken van opgaven.

Aandachtspunten bij de voorbereiding

  1. Het is belangrijk dat het werkboek goed de inhoud van het vak weergeeft en dat de opgaven een goede dekking zijn van wat studenten na afloop van het vak moeten weten en kunnen. Bedenk daarom goed wat je met het vak voor ogen hebt. Wat wil je dat studenten leren? Wat wil je ze overdragen? Wat vind je belangrijk? Kortom: wat zijn de leerdoelen?
    Tip: Zie ook het IDEE Aan welke pedagogisch/didactische criteria moet mijn online vak/cursus voldoen? (IV) voor meer informatie over het formuleren van leerdoelen.
  2. Deel de leerstof op in een aantal goed afgebakende onderwerpen.
  3. Bedenk hoeveel opgaven je per onderwerp wilt aanbieden. Bedenk daarbij wel: hoe meer opgaven, hoe meer tijd het kost om het digitaal werkboek te maken. Studenten moeten echter wel voldoende opgaven kunnen maken om elk onderwerp goed te kunnen beheersen.
  4. Selecteer (bijvoorbeeld uit de syllabus) of formuleer bij elk onderwerp opgaven van verschillende moeilijkheidsgraad die aansluiten bij de leerdoelen.
  5. Leid elke opgave in met een context/verhaaltje dat aansluit op de belevingswereld van studenten.
    Voorbeeld bij het vak statistiek dat gegeven wordt aan studenten geschiedenis:
    ‘Aan het einde van de zestiende eeuw breidde de handel in negerslaven, afkomstig uit Afrika, zich van het CaraƃĀÆbisch gebied uit naar nieuwe havens. Het gegevensbestand geeft voor de periode 1599-1605 het aantal schepen dat de havens van Veracruz (Mexico) en Cartagena (Colombia) aandeed en het aantal daar ingevoerde slaven.’
    Voorbeeld bij het vak statistiek dat gegeven wordt aan studenten economie:
    ‘In 1929 ontstond een van de grootste economische crisissen die de wereld ooit heeft gekend. Het gegevensbestand toont voor de jaren 1928, 1929 en 1930 het aantal werkeloze mannen woonachtig in de Verenigde Staten.’
  6. Zet per onderwerp de opgaven in een volgorde van makkelijk naar moeilijk. Een volgorde van makkelijk naar moeilijk werkt motiverend, doordat studenten van begin af aan het zelfvertrouwen hebben dat ze de opgaven kunnen maken.
  7. Splits in de eerste opgaven van elk onderwerp de vraag in deelvragen, zodat studenten stap voor stap de bovenliggende vraag beantwoorden. Maak de stapjes tussen de deelvragen geleidelijk aan groter, zodat studenten gedwongen worden zelf na te denken welke stappen ze moeten ondernemen om tot het antwoord van de opgave te komen.
  8. Formuleer bij elke (deelvraag in) een opgave hints die naar het antwoord toewerken. Laat het aantal hints geleidelijk aan tot nul afnemen. Op die manier worden studenten gedwongen zelf na te denken.
    Voorbeeld bij het vak statistiek: Wanneer studenten bij het vak statistiek bijvoorbeeld op basis van een regressievergelijking een voorspelling moeten doen, kun je de volgende hints geven:
    a. Wat is regressieanalyse?
    b. Hoe bepaal je de regressievergelijking met behulp van SPSS?
    c. Hoe bereken je de determinatiecoƫfficiƫnt (R2) met SPSS?
    d. Hoe teken je een regressielijn?
    e. Hoe kun je aan de hand van een regressievergelijking een voorspelling doen?
    f. Antwoord
  9. Maak het werkboek met behulp van een programma voor het maken van internetpagina’s, bijvoorbeeld Frontpage (dit is een vrij eenvoudig programma, vergelijkbaar met Word). Zorg er voor dat de hints middels het klikken op een hyperlink zichtbaar worden, zodat ze enkel te zien zijn wanneer de studenten er om vraagt.
  10. Geef middels opmaak (kleur, vergedrukt, onderstreept, e.d.) het onderscheid aan tussen opgaven waarvan je studenten aanraadt ze in ieder geval te maken en opgaven die studenten eventueel ter extra oefening/verrijking kunnen maken.
  11. Maak een inleidende pagina waarin het doel en de werking van het werkboek wordt uitgelegd.
  12. Test op verschillende computers en met verschillende browsers (bijvoorbeeld Netscape en Internet Explorer) of het werkboek werkt. Interactieve hints werken alleen onder Netscape, omdat ze gebruik maken van JavaScripts. Laat studenten ook weten met welke browser ze het werkboek het beste kunnen bekijken.

Tips
  • Bekijk of enkele hints interactief kunnen worden gemaakt. Bij de voorbeeldhints onder 8 kunnen studenten bijvoorbeeld middels meerkeuze vragen (met feedback) eerst zelf nog proberen verder te komen.
  • Laat het daadwerkelijk maken van het werkboek (de internetpagina’s) over aan een student-assistent.

Aandachtspunten bij de uitvoering

  • Zorg er voor dat studenten het werkboek op hun eigen computer kunnen zetten, zodat ze niet perse online hoeven te zijn om in het werkboek te werken (scheelt telefoonkosten). Dit kan bijvoorbeeld door het werkboek te zippen en/of door het werkboek op floppy disk/ cd rom te zetten die studenten kunnen kopen.
  • Integreer, indien hier bij het vak gebruik van wordt gemaakt, het werkboek in de digitale leeromgeving door de url van het werkboek op te nemen en door informatie rondom het gebruik van het werkboek en het eventueel inleveren van de opgaven in de digitale leeromgeving te zetten. Verder zouden studenten bijvoorbeeld middels een discussieplatform vragen kunnen stellen over opgaven uit het werkboek.

Tip
  • Laat bij onderwerp van een aantal opgaven het antwoord weg en vraag studenten deze opgaven uit te werken en elektronisch in te leveren bij de docent. Geef per goed gemaakte opgave een bonuspunt voor het tentamen. Op deze manier stimuleer je studenten de leerstof bij te houden. Het nakijkwerk kan voor de docent worden gereduceerd wanneer studenten de opgaven in groepjes van 2 maken. Op die manier kunnen de studenten ook nog van elkaar leren.

Randvoorwaarden

Studenten moeten thuis een pc hebben.

Achtergrondinformatie

Wanneer u meer informatie wilt over het digitaal werkboek voor statistiek kunt contact opnemen met de docenten die het digitaal werkboek hebben gemaakt: Wouter de Nooy (denooy@fhk.eur.nl) en Geert Stevens (Stevens@fhk.eur.nl).

Geplaatst op 13-03-2003 in Online leermateriaal door adminComments Off on Een digitaal werkboek maken

Reageren is niet mogelijk.